Trainen: plezier voor twee!

Het begint al bij de puppycursus. De instructeur zegt: Thuis oefenen. Niet te lang achter elkaar. Hou het speels! E.G.-curus: idem. V.Z.H: idem. Je moet ook nog met je hond de stad in. I.P.O: speuren ook doordeweeks, appel oefenen en fietsen voor de conditie. Vergeet het loopprogramma niet!

Maar het is nat, donker en je bent moe. Het hondje wil rennen. Aan de lijn lopen is niet leuk. Het oefenen schiet erbij in. Het hondje mag rennen, jagen, kattekwaad uithalen… Maar het examen nadert. Ineens ontdek je: nog maar drie weken.

Je gaat fanatiek aan de gang, nat of donker, moe of sacherijnig. Hondje wil rennen. Geen boodschap aan. Nog maar drie weken. Oefenen zullen we, te pas en te onpas. Doordrammen doen we tot en met de avond voor het examen. Het kan meevallen maar meestal gaat die combinatie aan zenuwen en onzekerheid ten onder.

Het voorgaande is overtrokken, maar toch…

Wat is de beste voorbereiding op een examen?

Regelmatig en afwisselend trainen. Op verschillende lokaties, onder wisselende weersomstandigheden en niet steeds op dezelfde tijd.

Je moet niet oefenen als – je een rotbui hebt – hondsmoe bent (beetje moe mag, meestal knap je van het bezig-zijn-met-je-hond op) – barst van de hoofd-, rug- of kiespijn enz – de hond niet lekker is – de hond net een wandeling van een uur achter de rug heeft – het beest net gegeten heeft – niet als er ’s avonds getraind moet worden – niet op vrijdagmiddag en -avond voor de zaterdagse training – niet de laatste dagen voor een examen.

Voor puppen en E.G.-honden dus regelmatig dat wat je op het trainingsveld leert, thuis oefenen. I.P.O.-honden: in ieder geval eenmaal per week speuren. Een vaste afspraak met iemand anders uit je groep is ideaal. Je laat het speuren dan minder snel schieten. Als je na afloop van het speuren op een ander veldje samen appel loopt, kun je elkaar helpen en de honden hebben afleiding.

Tijdens het uitlaten van je hond pik je er zo af en toe een onderdeel van het appel-programma uit, bijv. volgen + zit-oefening, of: volgen + af-oefening, of: volgen + vooruitsturen, of: volgen + apporteren. Het blijft dan voor de hond afwisselend en voor de baas leuk.

Dan blijft er vast nog wel tijd genoeg over voor wandelen, fietsen. Dit is niet alleen voor de conditie goed, maar je doet het ook voor de ‘lol’. Je wilt toch lekker samen met je hond bezig zijn, zoals een tennisballetje uit het water laten halen, en alle twee even nat worden. Als je zo met je hond bezig bent wordt het werken plezier voor twee.